Ballet Modern Jazz African
Home Dance

2017 ©  thirza.vaneig.nl  -  Disclamer

Ballet, iedereen denkt dat het altijd alleen maar voor meisjes is. Maar wist je dat vroeger de vrouwen niet eens mee mochten doen, en als je een stuk had waarin een vrouw voorkwam moest je als man in een jurk gehesen worden. Maar vrouwen? Nee, die kwamen echt niet op het podium. Nu wel. Nu worden er zelfs hele stukken met alleen maar vrouwen gemaakt.

Maar de bekendste stukken zijn nog altijd de oude stukken die al honderden jaren geleden gemaakt zijn. Zoals “Het Zwanenmeer” van Tsjaikovski, “Giselle” van Coralli en Perrot, “Romeo en Julia” van Lavrovsky, ”Doornroosje” ook van Tsjaikovski en “De Notenkraker” ook weer van Tsjaikovski.


Om een stuk te maken komt er heel veel bij kijken.

Eerst moet je een componist hebben die muziek maakt. Als je de muziek hebt moet je als choreograaf de passen gaan bedenken, ze moeten precies op de muziek passen. Dus niet bij een langzaam stuk heel snel gaan dansen en dan bij het snelle stuk juist langzaam dansen.

Terwijl de componist en choreograaf bezig zijn met het stuk maken, moet je een gezelschap vinden dat het wil dansen. Als je de dans en het gezelschap hebt moet je heel hard gaan trainen. Elke dag van s’ ochtens vroeg tot s' avonds laat heel hard trainen.

Het orkest gaat ondertussen ook heel hard werken. Ze moeten het lastige stuk allemaal precies gelijk en met precies de goede maten spelen. En ze moeten zorgen dat het niet te snel of te langzaam gaat zodat de dansers precies kunnen dansen op de maat zonder langzamer of sneller te gaan dan ze geoefend hebben.

Na een tijdje komt er af en toe een kleermaker bij kijken. Die meet ook gelijk alle dansers op. De kleermaker gaat ook aan de slag. Hij moet kostuums maken die een mooi zijn, en bij het stuk passen, en natuurlijk moet je er ook in kunnen bewegen. Niet te strak, maar zeker niet te los, het is echt heel precies.

De decor ontwerpers moeten ook hard aan het werk, ze moeten voor elk bedrijf een decor maken wat niet te zwaar en niet te licht is.  Het moet allemaal precies kunnen aangeven waar en wanneer het is. Je kunt namelijk wel in een paleis dansen in de 12de eeuw, maar dan moet je geen decor van een stad met wolkenkrabbers hebben.

De technici moeten ondertussen allemaal check's doen met het licht en geluid. Het orkest moet goed te horen zijn, als er een zonsondergang in het stuk zit moeten ze de lampen langzaam doven, maar de dansers moeten nog wel te zien zijn en het doek moet op het goede moment vallen. Niet te vroeg, niet te laat.

Als het allemaal klaar is moeten de dansers hun kostuum passen en de generale repetitie doen, met kostuums.

Bij de voorstelling moeten de grimeurs aan het werk, ze moeten de dansers opmaken zoals het bij hun rol past. De boze heks een geniepig gezicht met zwarte ogen en lippen, en de goede fee een vrolijk, aardig gezicht met zilveren ogen en lippen. De prinses natuurlijk rode lippen en roze ogen.

En dan als het stuk wordt opgevoerd,  dan ben je als componist, choreograaf, danser, kleermaker, decor ontwerper, technicus, orkest lid of grimeur heel erg trots dat je daaraan mee mocht werken.

Er zijn veel grote ballet sterren. Dit zijn er een paar.


Anna Pavlova.

Ze werd geboren in 1881 geboren, maar haar familie was erg arm. Ze was acht toen ze het stuk “de schone slaapster” zag, toen besloot ze ballerina te worden. Iedereen dacht dat ze er niet sterk genoeg voor zou zijn. Maar ze liet iedereen versteld staan en werd een wereldberoemde ballerina. Haar meest bekende rol is die van stervende zwaan. In “het zwanenmeer”


Alina Cojocaru.

De kleine Roemeense ballerina werd in 2 jaar tijd een hele beroemde ballerina. Ze vormde een succesvol duo met Johan Kobborg. Samen schitterden ze in “het zwanenmeer”, “de notenkraker” en assepoester”


Marie Taglioni.

Ze was 1 van de eerste beroemde ballerina’s ooit.  Ze is geboren in 1800, haar vader leerde haar dansen. In die tijd waren balletschoenen nog niet verstevigd met lijn, waardoor het dansen on pointe heel erg lastig was. Ze oefende meer dan 6 uur oer dag, net zolang totdat ze perfect op haar tenen kon staan. Ze trad als eerste op in haar vaders stuk “la sylphide”. Het publiek was laaiend enthousiast.



Anna Pavlova

Alina Cojocaru

Marie Taglioni

Vaslav Nijinsky

Vaslav Nijinsky.

Zijn ouders waren ook dansers, dus het dansen zat hem in het bloed. Zijn manier van dansen sprak voor zich: hij zat vol goede ideeën en had een tomeloze inzet en fanstasie. Hij werd choreograaf en schreef stukken waarin hij zelf ook meedanste. Hij verraste het publiek met zijn vernieuwende manier van dansen. Al snel wilde iedereen hem zien dansen.


Margot Fonteyn.

In 1930 rees er een nieuwe ster in de danswereld: Peggy Hookham. Haar artiestennaam was: Margot Fonteyn. Toen ze 16 was werd ze al prima ballerina. Toen Margot 40 was geworden dacht iedereen dat ze zou stoppen. Maar toen kwam Rudolf Nureyev en samen werden ze een duo. Margot was bijna 20 jaar ouder maar toch waren ze schitterend om samen te zien. Margot danste nog 10 jaar.

Margot Fonteyn

Rudolf Nureyev.

Hij is geboren in Rusland, in een trein. Op zijn 20ste was hij al een nationale held. In die tijd mochten russen niet zomaar hun land verlaten. Rudolf mocht wel reizen, maar alleen met speciale begeleiders die hem in de gaten moesten houden. In 1961 in Frankrijk lukte het om zijn begeleiders af te schudden en hij vluchtte naar Engeland. Vanaf dat moment was hij vrij om overal op te treden waar hij wou. Hij werd een wereldberoemde danslegende.

Rudolf Nureyev

Darcey Bussel.

Ze was meer dan 15 jaar lang prima ballerina. Ze studeerde aan de koninklijke ballet academie in Londen. Op haar 19de kreeg ze haar eerste hoofdrol. Omdat ze zo mooi was werkte ze daarnaast ook nog als model.